Thuiszorg 2011

 
Het Algemeen Bestuur van de HKA heeft in haar vergadering van 1 september 2011 een standpunt ingenomen ten aanzien van thuiszorgorganisaties en wijkverpleegkundigen.

Standpunt thuiszorg/wijkverpleging 2011

Aanleiding
Het bestuur van de HKA heeft signalen ontvangen over problemen met thuiszorgorganisaties, in het bijzonder wat betreft de wijkverpleegkundige zorg. In een brainstormsessie heeft het bestuur de volgende vier knelpunten benoemd:

  1. het grote aantal verschillende thuiszorgorganisaties
  2. onduidelijkheid over welke thuiszorgorganisatie bij een patiënt actief is
  3. onduidelijke communicatielijnen
  4. gebrek aan kwaliteit van de geleverde zorg

Naar aanleiding hiervan is dit standpunt over thuiszorg geformuleerd.

Inleiding
Uit inventariserende gesprekken met huisartsen en wijkverpleegkundigen gevoerd door de LHV is gebleken dat de kwaliteit van zorg verbetert als huisarts en thuiszorgverpleegkundige goed met elkaar samenwerken. Belangrijk hierbij is dat huisarts en wijkverpleegkundige van elkaar weten wie zij zijn en wat zij van elkaar kunnen verwachten.
In dit standpunt zijn een aantal basisvoorwaarden geformuleerd waarvan het bestuur van de HKA verwacht dat zij zullen bijdragen aan een goede samenwerking tussen huisarts en thuiszorgorganisaties.

Kwaliteitsafspraken HKA - thuiszorgorganisaties

  • De huisarts heeft de regie over de medische zorg aan thuiswonende patiënten. De huisarts als generalist kent de thuissituatie/ familiesituatie.
  • Thuiszorg wordt dichtbij georganiseerd: wijkgericht of praktijkgericht.
  • De specialistische thuiszorg (nachtzorg, gespecialiseerd verpleegkundig team, COPD verpleegkundige etc.) wordt/blijft stadsbreed georganiseerd.
  • De huisarts wordt altijd geïnformeerd over het starten met verpleegkundige zorg thuis.
  • Ziekenverzorgenden die via "de verlengde arm" verpleegkundige taken uitvoeren, staan altijd onder supervisie van een wijkverpleegkundige.

Communicatie tussen huisarts - thuiszorgverpleegkundige

  • Er is regelmatig overleg tussen de huisarts en de thuiszorgverpleegkundige.
  • Er wordt gebruik gemaakt van een –standaard- (verpleegkundig) zorgdossier dat thuis bij de patiënt ligt.
  • Er zijn heldere afspraken over de bereikbaarheid van de huisarts en de thuiszorg verpleegkundige.
  • De HKA ziet het EPD als een belangrijk onderdeel van goede communicatie. Hiervoor zal aansluiting gezocht worden bij het regionaal / landelijk EPD

Invulling regiefunctie

Bij invulling van de regiefunctie wordt onderscheid gemaakt tussen drie fases: de signaleerfase-, de curatieve- en de chronische fase. In de signaleerfase kan duidelijk worden dat thuiszorg nodig is. In de curatieve- of chronische fase wordt al thuiszorg geleverd.

Signaleerfase

  • De zorgverlener die als eerste betrokken raakt bij een patiënt, is degene die thuiszorg initieert.
  • De patiënt wordt in overleg met of door de huisarts aangemeld bij de thuiszorgorganisatie waarmee de huisarts samenwerkt, tenzij de patiënt zelf een andere voorkeur heeft. De HKA ziet hierin een belangrijke rol weggelegd voor de transferverpleegkundigen. Naarmate een huisarts met minder verschillende wijkverpleegkundigen hoeft samen te werken, kunnen de lijnen korter worden en de kwaliteit van de samenwerking verbeteren. 

Curatieve zorg fase

  • De wijkverpleegkundige zorg is in principe van beperkte duur.
  • Voor de medische zorg voert de huisarts de regie, met de wijkverpleegkundige als verlengde arm. Tussen huisarts en wijkverpleegkundige is een duidelijke taakverdeling afgesproken.

Chronische zorg fase

  • De medische zorg is blijvend noodzakelijk. Huisarts en wijkverpleegkundige bepalen onderling wie in dit geval de zorgcoördinatie op zich neemt.
  • Ook in deze fase is regelmatig overleg tussen huisarts en wijkverpleegkundige van groot belang.

Onderstaand model is een voorbeeldmodel dat wordt gedragen door het HKA bestuur. Het betreft structureel, gezamenlijk overleg tussen huisarts en wijkverpleegkundige, met name over het zorgproces. Het bepalen van het zorg-, behandelplan zal meer onder de regie van de huisarts plaatsvinden, al dan niet in direct contact met de betreffende behandelaar.

Regiemodel