POH GGZ

 
 
Standpunt POH GGZ 2009

Het HKA bestuur adviseert de Amsterdamse huisartsen om niet met de huídige POH GGZ regeling in zee te gaan. De HKA is van mening dat deze regeling in de praktijk niet zal voldoen.

Daarnaast adviseert het bestuur om in afwachting van de evaluatie van de beleidsregel door de NZa geen nieuwe contracten aan te gaan met betrekking tot GGZ ondersteuning in de huisartsenpraktijk (daargelaten het samenwerken met de huidige SPV in het kader van de overgangsregeling tot 1 januari 2009). Intussen zal er gelobbyd worden via de LHV en de politiek om druk uit te oefenen op de NZa om de regeling te herzien.

Historie

Per 1 januari 2008 is de beleidsregel POH GGZ ingevoerd. Al vanaf het moment dat op initiatief van VWS deze nieuwe functionaris ontwikkeld werd, is er kritiek geweest op deze nieuwe functie. Belangrijkste kritiekpunten vanuit Amsterdam, verwoord door de bestuurlijke werkgroep (BWG) GGZ van de HKA waren in het begin vooral:

  • Veel taken van de nieuwe POH GGZ (zoals de verwijsfunctie, groot deel van de vraagverheldering) vervullen de huisartsen zelf al terwijl de door de huisarts gewenste behandeling in de POH GGZ constructie komt te vervallen.
  • We werken goed samen met een SPV, waarom zou je deze succesvolle inzet laten overgaan in een situatie waarin een POH GGZ niet mag behandelen, alleen maar kortdurende begeleiding mag uitvoeren.
  • De verbinding met de GGZ-instellingen middels de SPV is gunstig gebleken: het heeft de samenwerking verbeterd en brengt de nodige expertise met zich mee, dat willen we niet zomaar gedwongen loslaten.

In het POH GGZ standpunt van december 2007 spreekt de HKA zich uit voor het ontwikkelen van een variant van de POH GGZ-regeling waarin de SPV-inzet wordt opgenomen. In navolging van dit standpunt hebben de huisartsen van de BWG GGZ samen met de GGZ-instellingen en later ook in overleg met Agis gezocht naar mogelijkheden om de SPV-inzet te behouden bovenop de inzet van een 'gewone' POH GGZ. In dit verband werd gesproken van:

  • een POH GGZ basis: inzet volgens de beleidsregel, door een SPV vanuit een GGZ-instelling of door een gelijkwaardige functionaris los van een GGZ-instelling (AMW, psycholoog, SPV);
  • een POH GGZ plus: inzet van een SPV vanuit een GGZ-instelling, die de taken van een POH GGZ basis vervult, aangevuld met de mogelijkheid tot behandelingen.

Huidige stand van zaken

De afgelopen maanden zijn bij het ontwikkelen van de POH GGZ regeling met SPV de tekortkoming van de regeling steeds duidelijker geworden. Ook elders in den lande is men steeds meer tot het inzicht gekomen dat de POH GGZ regeling in de basis niet voldoet, waarbij de volgende elementen als grootste knelpunten worden aangewezen:

  • een maximum van 4 consulten;
  • de maximale consultduur van 20 minuten. Het aantal consulten en de tijdsduur per consult is afhankelijk van de problematiek van de patiënt en dient daarom niet vooraf vastgelegd te zijn. Huisartsen hebben behoefte aan behandelmogelijkheden in de eerste lijn en die kosten vaak meer tijd dan begeleidende gesprekken (zowel in frequentie als in duur)
  • de financiering.

Het bestuur van de HKA is dan ook tot de conclusie gekomen dat eerst een goede basis moet worden gelegd. Pas daarna kan, indien gewenst, verder worden gewerkt aan aanvullende varianten.