Uitspraak Klachtencommissie inzake gerichte verwijzing minderjarige op verzoek ouder

 
De Huisartsenklachtencommissie Amsterdam biedt regelmatig uitspraken aan voor publicatie. De publicatie van een - geanonimiseerde! - casus biedt u de gelegenheid van elkaars ervaringen te profiteren bij het dagelijks handelen in de praktijk.

In deze casus ziet verweerder zich geconfronteerd met een, per e-mail ingediend, gericht verzoek van een ouder om een verwijzing van haar kind (patiëntje) naar een gespecialiseerd EMDR therapeute. Klaagster beklaagt zich erover dat verweerder medisch nalatig heeft gehandeld ten aanzien van een verwijzing naar de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) voor patiëntje en dat hij heeft geweigerd contact op te nemen met de gespecialiseerde psycholoog.

De commissie overweegt in de eerste plaats dat het er bij de beoordeling van de klacht niet om gaat om de vraag te beantwoorden of EMDR therapie bij patiëntje was geïndiceerd, maar of de huisarts bij de aanvraag om een verwijzing heeft gehandeld zoals van een huisarts in de gegeven omstandigheden mag  worden verwacht.

  • De commissie oordeelt dat geen sprake is van medisch nalatig handelen voor wat betreft de verwijzing voor EMDR en verklaart dat klachtonderdeel ongegrond.
  • Voor zover de klacht betrekking heeft op de communicatie over de voorwaarden die tenminste moesten worden vervuld voordat een beslissing over de verwijzing kon worden genomen, verklaart de commissie de klacht gegrond. In situaties als deze, wanneer de lezingen van partijen uiteenlopen en het ene woord niet meer of minder geloof verdient dan het woord van de andere, is het journaal voor de commissie een belangrijk uitgangspunt.
  • Het verwijt van klaagster dat verweerder contact op had moeten nemen met de EMDR therapeut verklaart de commissie ongegrond.

De volledige uitspraak leest u op de HKA-website