Uitspraak Huisartsenklachtencommissie Amsterdam

Kern: aanvraag verlenging SMI- indicatie patiëntje via Chikuba, schending beroepsgeheim, discriminatoir handelen
 
De Huisartsenklachtencommissie Amsterdam biedt regelmatig uitspraken aan voor publicatie. De publicatie van een - geanonimiseerde! - casus biedt u de gelegenheid van elkaars ervaringen te profiteren bij het dagelijks handelen in de praktijk. In deze uitspraak wordt gekeken naar het delen van medische gegevens en mogelijk discriminatoir handelen.

In deze zaak verwijt klaagster de huisarts dat hij heeft tegengewerkt bij de aanvraag verlenging SMI- indicatie voor haar zoontje, dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden en dat hij discriminatoir zou hebben gehandeld omdat klaagster in de ziektewet zit.  

Voor de commissie is een belangrijk uitgangspunt dat de kinderarts van de GGD de medische indicatie verstrekt voor een (verlenging van) SMI- indicatie. Eveneens is voor de commissie van belang dat klaagster zich met een hulpvraag tot verweerder wendde. Verweerder kon en mocht dan ook Chikuba bellen en persoonsgegevens van patiëntje verstrekken. Het verstrekken van deze gegevens stond immers in het teken van het regelen van een verlenging SMI- indicatie zo oordeelt de commissie. Dat verweerder bij de medewerkster van de GGD twijfel heeft geuit over een verlenging SMI- indicatie, wil niet zeggen dat verweerder zijn beroepsgeheim heeft geschonden.

De commissie verklaart de klacht ongegrond.

De commissie komt verder tot het oordeel dat op geen enkele wijze is gebleken dat discriminatore aspecten bij de werkwijze van verweerder een rol hebben gespeeld of dat verweerder heeft tegengewerkt. Verweerder had te maken met wisselende berichten vanuit Chikuba. De commissie merkt daarbij eveneens op dat de wens van een patiënt leidend is voor de huisarts, maar het is niet: ‘u vraagt wij draaien’. 

De volledige uitspraak leest u hier