Nieuw beleid postexpositieprofylaxe rabiës

 
 
Nieuw beleid postexpositieprofylaxe rabiës
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in april 2018 een aantal wijzigingen gepresenteerd van het rabiësbeleid met betrekking tot pré- en postexpositieprofylaxebeleid (PEP). Dit beleid is overgenomen door de LCI en is per 1 november j.l. ingevoerd. Recent hebben we u bericht over de wijziging in het pré-expositie beleid.

De belangrijkste aanpassingen zijn:

  • MARIG wordt alleen nog maar in en rondom de wond toegediend met als doel het virus lokaal te neutraliseren.

  • In het verleden werd de toe te dienen hoeveelheid MARIG berekend op basis van het lichaamsgewicht van de patiënt. De MARIG die niet rondom de wond kon worden toegediend, werd intramusculair ingespoten. De LCI heeft besloten dat het intramusculair toedienen van het overgebleven volume MARIG conform het nieuwe WHO-advies niet meer aanbevolen wordt

  • De hoeveelheid MARIG die besteld en toegediend wordt,  is alleen afhankelijk van de anatomische locatie(s) van de verwonding en de grootte van de laesie(s), met een maximumdosering nog steeds op basis van het lichaamsgewicht.
    Bij de grootte van de verwonding speelt ook de diersoort een rol; zo leidt een kras of beet van een vleermuis of een oppervlakkige kattenkrab bijna altijd tot kleine verwondingen (2 ml MARIG), in tegenstelling tot een volle transdermale beet van een hond in een been waarbij de maximale dosering (op basis van lichaamsgewicht) toegediend kan worden. Bij multiple bijtwonden door een hond in bijvoorbeeld een bovenbeen kan verdunning met fysiologisch zout nodig zijn om alle wonden te kunnen infiltreren met MARIG. De maximumdosering van MARIG blijft 20 IE per kilogram lichaamsgewicht.
    Naast de toediening van vaccinatie en MARIG is adequate wondverzorging belangrijk (wat betekent: de wond zorgvuldig en grondig reinigen en spoelen met water, eventueel met zeep, > 15 minuten en vervolgens - indien mogelijk - desinfecteren met alcohol 70% of jodium).
     
    Na slijmvliescontact met speeksel van een potentieel rabide dier zonder verwonding is MARIG niet meer geïndiceerd; dan wordt alleen actieve immunisatie gestart (en adequate wondverzorging).
     
    Bijlage 3 van de huidige LCI-rabiësrichtlijn is per 1 november aangepast aan het nieuwe beleid.  In deze bijlage staat een tabel met een indicatie van het aantal milliliters MARIG dat geadviseerd wordt te bestellen na verwonding(en). De exacte benodigde hoeveelheid wordt door de behandelend arts vastgesteld.

    Aanvullende informatie en intercollegiaal overleg

    Voor aanvullende informatie over rabiës en PEP verwijzen wij  u naar de LCI-richtlijn Rabiës.

Voor vragen over  en verwijzingen voor post-expositie rabiës kunt u contact opnemen met de  arts Infectieziekten van de GGD Amsterdam (werkdagen tussen 8.30 en 17.00: 020-5555 105/na 17.00 uur  en in het weekend: 020-5555 555, vraag naar de dienstdoende arts Infectieziekten).  

Voor de huisartsenkring Amsterdam en Noord Holland Midden geldt dat deze informatie bedoeld is voor de huisartsen uit het werkgebied van de GGD Amsterdam, nl de huisartsen uit de gemeentes: 

- Amsterdam
- Amstelveen
- Aalsmeer
- Uithoorn
- Ouder Amstel
- Diemen