Hoe voorkom je dat chronische GGZ-patiënten tussen wal en schip raken?

 
Met de transitie GGZ worden meer chronische GGZ-patiënten behandeld in de huisartsenpraktijk. Huisartsen van de HKA-werkgroep GGZ en behandelaars maken zich sterk voor een goede samenwerking tussen huisartsen en specialistische GGZ. Zij stelden gezamenlijk de ‘transmurale ketenafspraken voor chronische GGZ-patiënten’ op als leidraad voor terugverwijzing. Psychiater Peter den Boer en huisarts Dagmar van Wijngaarden vertellen in dit interview waarom de ketenafspraken goed zijn voor de patiënt.

Wat is er eigenlijk nieuw aan deze ketenafspraken?
Van Wijngaarden en den Boer zijn unaniem, de overheidsmaatregelen in de GGZ, de komst van de POH-GGZ en basis-GGZ, hebben ertoe geleid dat samenwerking tussen GGZ en huisartsen weer een issue is.  Den Boer: “Het was een kans om de relatie met de huisartsen te verbeteren. De kritiek van huisartsen was altijd, dat, eenmaal verwezen, er niets meer werd vernomen over de patiënten. Nu complexe chronische GGZ-patiënten terug worden verwezen naar de huisarts of via de huisarts naar de basis-GGZ, nodigt het uit om elkaar te spreken. Kortom, het dwingt ons om samen te werken.” Van Wijngaarden: “Voor het eerst zijn de verschillende GGZ-instellingen en de huisartsenpraktijken weer met elkaar in overleg. We wilden van elkaar snappen wat haalbaar is voor patiënten. Welke patiënten kun je beter wel en welke beter niet terugverwijzen. Hoe voorkom je dat patiënten tussen wal en schip raken. Dat is positief en vooral constructief.”

Wat levert het de patiënt op?
Van Wijngaarden: “Deze werkwijze is maatwerk voor patiënten. Ze krijgen in overleg met huisarts en psychiater de zorg die ze nodig hebben. Het voordeel is dat de lijntjes met de GGZ blijven bestaan, zodat we altijd de andere kant kunnen consulteren. Wat ook winst is voor patiënten, is dat het positief is dat ze niet meer in de specialistische GGZ hoeven blijven, maar terug mogen naar de huisarts of in samenwerking met de huisarts naar de basis-GGZ.” Den Boer: “Wat we willen is dat stabiele patiënten stabiel blijven, maar een crisis kan altijd in iemands leven optreden; iemand overlijdt, een reorganisatie op het werk. Het grote voordeel voor de patiënt is dat door samenwerking huisarts en GGZ we één team zijn geworden, waar de patiënt vertrouwen, steun en veiligheid vindt. En dat we gezamenlijk nadenken wat de optimale plek is voor de stabiele, chronische GGZ-patiënt: de huisarts of de basis-GGZ.” Van Wijngaarden: “Een mooi voorbeeld is een vrouw die al 40 jaar met schizofrenie bij een GGZ-instelling kwam. Toen ze werd terugverwezen naar de huisarts raakte ze helemaal in de war. Uiteindelijk is de SPV-er samen met haar naar het spreekuur van de huisarts gekomen. Dankzij deze warme overdracht had ze een zachte landing. Het gaat nog steeds goed met haar.”

Wat willen jullie je collega’s meegeven?
Van Wijngaarden: “Ik hoop heel erg dat er een cultuuromslag komt. Dat het een automatisme wordt om met elkaar te overleggen en elkaar te leren kennen. Met deze ketenafspraken kunnen we verwijzingen en decompensatie voorkomen en dat is in het belang van de patiënt.” Den Boer: “De insteek van de ketenafspraken is een richtlijn bieden voor goede samenwerking waar dat nodig is. Het document is nadrukkelijk niet bedoeld als keurslijf dat gevolgd moet worden tot in de details. Het nodigt juist uit tot dialoog, dat helpt ons om het goed te doen. Dus beste huisarts, ga uit van jezelf, het is geen dwangbuis. Het tijdperk van samenwerken is echt aangebroken.”

Deelnemende partijen bij het opstellen van deze ketenafspraken: HKA werkgroep GGZ en behandelaars van Arkin, GGZ inGeest, Mentrum, MoleMann Mental Health Clinics, Molemann Tielens, Prezens en PsyQ Amsterdam