Hoe heeft u de overdracht van euthanasie geregeld?

Voor die situaties dat u het echt niet zelf kunt doen
 
 
Amsterdamse huisartsen vinden dat euthanasie in principe door de eigen huisarts moet worden uitgevoerd. Er is daarom ook geen behoefte aan een pool van huisartsen waarop een beroep kan worden gedaan voor overname van euthanasie. Dit is één van de uitkomsten van de HKA enquête over overdracht van euthanasie. De aanleiding tot deze enquête was het pleidooi van de KNMG om regionale afspraken te maken tussen huisartsen over het overnemen van patiënten met een euthanasieverzoek. Uit de enquête blijkt verder dat huisartsen in toenemende mate met complexe euthanasieverzoeken worden geconfronteerd. Zij geven aan daar graag een gespecialiseerde arts over te kunnen raadplegen. Het HKA bestuur is met deze uitslag in gesprek gegaan met de SCEN artsen en heeft een aantal aanbevelingen voor overdracht van euthanasie opgesteld.

Aanbevelingen HKA t.a.v. overdracht van euthanasie

  1. Maak aan uw patiënten bekend hoe u denkt over euthanasie (folder/site, kennismakingsgesprek). Vooral als u principieel geen euthanasie uitvoert, is informatie aan de patiënten zeer belangrijk. Zij kunnen dan overwegen een andere huisarts te kiezen.
  2. Bespreek de wensen van uw patiënt en leg deze vast in het dossier (probleemlijst), inclusief een eventuele ‘eigen verklaring’. Raadpleeg ter voorbereiding bv. het KNMG dossier euthanasie
  3. Maak met nabije collega’s (schriftelijke) afspraken wanneer, aan wie en hoe euthanasie kan worden overgedragen. 
  4. Leg vast wanneer en hoe de patiënt en het dossier worden overgedragen ('warme overdracht').
  5. Vraag bij problemen, twijfels etc. liefs in een vroeg stadium steun aan een collega gespecialiseerd in palliatieve geneeskunde en/of een SCEA-arts.
  6. Sluit u aan bij een PATZ-groep en laat die begeleiden door een SCEA-arts, of nodig af en toe een SCEA-arts uit.

Uitslag enquête: Wat vinden de Amsterdamse huisartsen? 
Om de mening van de Amsterdamse huisartsen te peilen hebben we een enquête gehouden, waarop 58 collega’s hebben gereageerd. Zeventig procent geeft aan nog nooit een euthanasieverzoek te hebben overgedragen aan een collega (inclusief de Levenseindekliniek). Het merendeel van de ondervraagden (72%) heeft geen afspraken met collega’s over het overnemen van euthanasieverzoeken. Het is nooit aan de orde geweest of de rollen met de (duo) partner zijn duidelijk. Een aantal respondenten geeft aan dat afspraken niet aan de orde zijn omdat men van mening is dat euthanasieverzoeken sowieso niet overgedragen kunnen worden.

Lees verder

Naast principiële bezwaren, vakantie en te veel verzoeken in een korte periode, komt het voor dat men zich tot overdracht genoodzaakt ziet omdat men het verzoek niet vindt passen binnen de euthanasiewetgeving (bijvoorbeeld bij patiënten met gevorderde dementie, psychische problematiek of in de ‘voltooid leven’-discussie). De respondenten vinden het belastend om een collega in te schakelen, maar wanneer het niet anders kan dan draagt men euthanasie over aan een naaste collega (uit de Hagro of wijk), die bij voorkeur al bij het voortraject nauw betrokken is.

Een algemene of stedelijke pool van huisartsen voor het overnemen van euthanasieverzoeken vindt bij het merendeel van de ondervraagde geen steun. Euthanasie is geen ‘gewone medische handeling’ en derhalve in principe niet geschikt voor overdracht. ‘Het is het sluitstuk van de arts-patiënt relatie’.

Wel heeft men behoefte aan een expert die geconsulteerd kan worden bij complexe vraagstukken. De ondervraagden die eerder genoodzaakt waren een euthanasieverzoek over te dragen verwachten een toename van het aantal complexe casus, zoals patiënten met dementie en psychische problematiek, ‘voltooid’ leven en druk van de familie. Die expert op het gebied van euthanasie kan een SCEA-arts zijn of de Levenseindekliniek. Met andere woorden: er is wel behoefte aan een te consulteren expert.

Meer weten: